Pensioen ambtenaren en overheidschuld
Prof. Dr. Eduard Ponds is bijzonder hoogleraar Economie van Collectieve Pensioenen aan de Universiteit van Tilburg. Naast zijn aanstelling aan de Universiteit van Tilburg is Eduard Ponds ook werkzaam bij APG (Algemene Pensioen Groep) als hoofd onderzoek en innovatie pensioenen. Eduard Ponds is lid van de Raad van Advies van Aeconsultancy.
April 2011
Nederland is goed af met de financiering van zijn ambtenarenpensioenen. De financiële positie van het ABP mogen we zelf dan wel als mager of zelfs zorgelijk zien, in een internationale vergelijking zijn onze amtenarenpensioenen ruim gedekt. De financiering van ambtenarenpensioenen krijgt meer en meer aandacht, zeker door de heftige discussies in de US.
In de Verenigde Staten zijn de federale begrotingen van de 52 staten fors uit balans. Het wegwerken van de grote tekorten zullen leiden tot flinke bezuinigingen op de uitgaven. Eén uitgavenpost blijft onveranderd, namelijk de uitgaven aan de pensioenen voor de werknemers van de lokale overheden zoals bij de brandweer, onderwijs, gemeenten e.d. Tal van rechtszaken in het verleden hebben geleid tot de situatie dat opgebouwde pensioenrechten van ambtenaren te allen tijde moeten worden nagekomen. De pensioenaanspraken gaan zelfs voor op de aflossing en rentebetalingen op de door de staten uitgegeven obligaties. Dit leidt tot bitterheid bij Joe the plumber met een mager DC pensioen die extra belastingen moet betalen om de royale en zekere DB pensioenen van John the fireman in stand te houden.
De financiering van de ambtenarenpensioenen is gebaseerd op kapitaaldekking en worden beheerd door zelfstandige pensioenfondsen. Deze fondsen zijn evenwel zwaar ondergekapitaliseerd. Weliswaar worden door de fondsen dekkingsgraden gerapporteerd van circa 80% gemiddeld. Vanuit een Nederlands perspectief wordt evenwel een veel te gunstig beeld gegeven. De verplichtingen moeten op basis van voorgeschreven regels (Government Accounting Standard Board) gewaardeerd worden tegen een disconteringsvoet van 8%, die een goede benadering zou van het lange termijn verwachte rendement. De optelling van alle tekorten van US state pension funds leidt tot een totaal tekort van 1200 miljard dollar. Vanuit de hoek van financiële economen is er zware kritiek op deze verantwoordingspraktijken. Deze economen staan marktwaardering voor vergelijkbaar met die in Nederland al enkele jaren gebruik is. Het tekort neemt dan toe tot meer dan 3000 miljard. In feite is dit schuld die de Amerikaanse belastingbetalers hebben staan om de pensioenuitkeringen nu en in de toekomst te betalen. Deze impliciete schuld is ruim 30% van het bruto nationaal product van de US en dient in feite bij de uitstaande expliciete overheidschuld opgeteld te worden die momenteel ongeveer 100% is van het BNP bedraagt.
In een recente OECD studies is voor verschillende landen in beeld gebracht hoe groot de impliciete schuldpositie is bij de pensioenen voor ambtenaren. Hierbij zijn de gerapporteerde posities door de landen in een marktwaarde context herberekend. Onderstaand overzicht geeft een beeld van de grote verschillen eind 2008, de percentages betreffen de impliciete overheidschuld einde 2008 besloten in tot 2008 opgebouwde pensioenaanspraken:
Frankrijk 92%
Finland 77%
UK 63%
Duitsland 58%
Noorwegen 33%
US 31%
Zweden 8%
Nederland 5%
De verschillen tussen landen komen voort uit de mate van generositeit en de wijze van financiering. Landen als Frankrijk en Duitsland hebben hoge impliciete schuldposities door de combinatie van relatief goede pensioenen en omslagfinanciering. De VS nemen een middenpositie in. Nederland scoort het laagst.
Met uitzondering van de US, Zweden en Nederlands geldt voor de verschillende landen dat de cijfers in feite nog een onderschatting zijn doordat niet alle publieke sector regelingen konden worden meegenomen. De situatie in Nederland betreft het samenstel van de regelingen van overheid en zorg, dus de regeling bij ABP en PfZW.
Referentie
Ponds Eduard, Clara Sverinson and Juan Yermo,
Funding in Public Sector Pension Plans – International Evidence, OECD Discussion Paper, to be publised May 2011.