Aectueel is een initiatief van logo

Pensioenakkoord: de 8 belangrijkste punten op een rij


21 juni 2019

Er is een akkoord over vernieuwing van het pensioenstelsel. Kabinet en sociale partners gaan het akkoord samen uitwerken in een stuurgroep. Sociale partners, beroepspensioenverenigingen en pensioenfondsen komen voor belangrijke beslissingen te staan.

Hoe kunnen deelnemers worden gecompenseerd voor de lagere opbouw door degressieve opbouw?

Welk pensioencontract past het beste bij de deelnemers van mijn fonds?

Wat betekent de maximering van de premie?

We staan stil bij de 8 belangrijkste onderwerpen uit het pensioenakkoord.


Het akkoord is gebaseerd op het SER-advies Naar een nieuw pensioenstelsel. Bij de vakbonden en in de politiek is er breed draagvlak voor. De hervorming moet leiden tot een meer toekomstbestendig pensioenstelsel dat beter aansluit bij de ontwikkelingen in de maatschappij en op de arbeidsmarkt,
pensioen meer inzichtelijk en persoonlijker maakt, en eerder perspectief biedt op een koopkrachtig pensioen voor alle generaties.

1. Pijn bij overstap naar leeftijdsafhankelijke opbouw zit in de compensatie
Herverdeling van jong naar oud wordt afgeschaft. Dit is het einde van de doorsneesystematiek. Er komt voor iedereen gelijke premie en leeftijdsafhankelijke opbouw. Ouderen bouwen minder op dan jongeren. Dit heeft gevolgen voor alle pensioenregelingen. Kabinet en sociale partners willen compensatie voor deelnemers die anders onevenredig benadeeld worden. Gaat compensatie lukken voor alle regelingen? De stuurgroep gaat zich daarover buigen.

2. Kenmerken nieuw contract: Premieregeling met directe inkoop van aanspraken
De SER stelt voor een nieuw pensioencontract toe te voegen aan de bestaande pensioenregelingen. Dit is de premieregeling met directe inkoop van voorwaardelijke aanspraken. De zekerheid van een vaste uitkering wordt losgelaten. Er is geen verplichte buffer. Jaarlijks worden pensioenaanspraken ingekocht tegen de dan geldende marktrente. Dit contract kent uitgebreide risicodeling. Mee- en tegenvallers als gevolg van beleggingsresultaten en stijgende levensverwachting worden jaarlijks gedeeld tussen deelnemers en pensioengerechtigden. Schokken mogen in maximaal 10 jaar worden gespreid, via een gesloten of een open spreidingsmethode.

3. Juridisch aandachtspunt: Is leeftijdsonderscheid gerechtvaardigd?
In een premieregeling vormt de premie de beloning. Die is voor alle leeftijden gelijk. Maar in het nieuwe pensioencontract worden jaarlijks aanspraken ingekocht. Die aanspraken zijn voor jongeren hoger dan voor ouderen. Dit is direct leeftijdsonderscheid. Dat is verboden, tenzij een objectieve rechtvaardiging kan worden gegeven. Het pensioenfonds wordt daarop aangesproken. Het fonds loopt hier dan ook een risico. Het is daarom van belang dat het kabinet een uitgewerkte onderbouwing voor een objectieve rechtvaardiging geeft. Sociale partners, beroepspensioenverenigingen en pensioenfondsen kunnen daar dan op terug vallen.

4. Premieregeling met extra solidariteit 
Door het afschaffen van de doorsneesystematiek kan volgens de SER de collectieve variant van de verbeterde premieregeling een alternatief worden voor de uitkeringsregeling die de meeste bedrijfstakpensioenfondsen aanbieden. De SER wil wel waarborgen dat de verplichtstelling aan het fonds overeind blijft in dit contract. Dit contract zou mogelijk ook aantrekkelijk kunnen zijn voor andere pensioenfondsen.

5. Heeft de uitkeringsregeling nog toekomst?
De SER stelt voor om een nieuw contract toe te voegen aan de bestaande pensioencontracten. Maar volgens minister Koolmees hebben alle pensioencontracten na invoering van leeftijdsafhankelijke opbouw het karakter van een premieregeling. Er lijkt geen ruimte meer te zijn voor de uitkeringsregeling. Wij vragen ons dat af. Sociale partners kunnen immers binnen de fiscale premieruimte kiezen voor het toezeggen van een pensioenuitkering. Dat zou bijvoorbeeld kunnen bij een groene populatie.

6. Premieverhoging of versobering?
De mogelijkheid van premiedemping zorgt momenteel binnen veel fondsen voor herverdeling van oud naar jong. Het kabinet wil daarvan af. De premiedekkingsgraad is vaak 70 tot 80%. De premie zou dus fors verhoogd moeten worden tot kostendekkend niveau. Tegelijkertijd komt er een fiscaal maximum op de premie. Voor een forse premieverhoging is geen ruimte. De fiscaal maximaal toegestane premie wordt namelijk berekend op basis van de momenteel betaalde premies. Dan zouden veel regelingen versoberd moeten worden. Dit dilemma wordt nog een lastige discussie in de stuurgroep.

7. Het akkoord is breder dan pensioenregelingen
Het akkoord gaat over meer dan pensioen. Het gaat er ook om dat mensen hun AOW-leeftijd in goede gezondheid kunnen bereiken. Daarom stijgt de AOW-leeftijd minder snel. Er komt een tijdelijke regeling voor mensen in zware beroepen. Daarmee kunnen zij 3 jaar vóór de AOW-leeftijd uittreden. En zelfstandigen moeten een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering afsluiten.

8. Eerste maatregelen: AOW en buffers pensioenfondsen
De Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd regelt de tijdelijke bevriezing en de stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd. De wet moet uiterlijk 1 juli in het Staatsblad staan. In het najaar komt minister Koolmees met een regeling waardoor pensioenfondsen met een dekkingsgraad van ten minste 100% pensioenen niet hoeven te korten.

Tijdpad: vanaf 2022 implementeren
Na uitwerking door de stuurgroep, komt de wetgeving tot stand in 2021. Daarvóór beoordelen kabinet en sociale partners of de afgesproken doelen kunnen worden gehaald. Of dat dit op een andere wijze moet. Dit noemen de vakbonden de noodrem. Vanaf 2022 is de implementatie.

Bron: Achmea