Aectueel is een initiatief van logo

Werkgever moet redelijk voorstel doen, maar werknemer moet ook redelijk zijn


28 mei 2018

Bij het beantwoorden van de vraag of werknemers een eenzijdige wijziging van de pensioenregeling moeten accepteren beoordeelt de rechter of het wijzigingsvoorstel redelijk is. En of acceptatie redelijkerwijs gevraagd mag worden van de werknemer. Daarbij moeten steeds alle omstandigheden in aanmerking worden genomen.

Wijziging streefregeling in beschikbare premieregeling

In 1979 zegde werkgever W aan de heer A een pensioen toe. Volgens de pensioenbrief krijgt A op de pensioendatum de beschikking over een kapitaal om daarmee een pensioen aan te kopen. De hoogte van dat kapitaal wordt bepaald aan de hand van de salaris-diensttijdsystematiek van een eindloonregeling (streefregeling). Ter uitvoering van de pensioentoezegging stelde W zijn werknemers in staat een C-polis af te sluiten bij verzekeraar V. In 2004 wijzigde W de pensioenregeling eenzijdig in een beschikbare premieregeling.

A vindt dat W de pensioenregeling in 2004 niet mocht wijzigen zonder zijn instemming en vraagt de rechter om W te veroordelen tot het nakomen van een pensioenregeling op basis van een eindloonregeling.

Streefregeling is geen eindloonregeling

Uit de pensioenbrief van A blijkt dat hem is toegezegd dat een kapitaal zal worden verzekerd. In de pensioenbrief is een bepaling opgenomen die regelt dat het hogere of lagere pensioen dat van het beschikbare kapitaal op de pensioendatum kan worden aangekocht in de plaats komt van de streefuitkering en dat dit voor risico van de werknemer komt. Op basis van deze bepaling is de rechter van mening dat A de toezegging niet kan uitleggen als een zuivere eindloonregeling.

Moet A de wijziging pensioenregeling accepteren?

Bij de beantwoording van de vraag of A de wijziging van de streefregeling in een beschikbare premieregeling moet accepteren moet volgens de rechter worden onderzocht of

W aan A een redelijk voorstel deed en
of er voor W als goed werkgever aanleiding was voor een voorstel tot wijziging van de arbeidsvoorwaarden en
of van A in redelijkheid kan worden gevraagd dat hij het voorstel van W aanvaardt. Daarbij moeten steeds alle omstandigheden in aanmerking worden genomen, aldus de rechtbank.

 

Aanleiding voor het wijzigingsvoorstel

Volgens W was het in 2004 nodig om de pensioenregeling te wijzigen in verband met de Witteveen-wetgeving. En was het nodig om verschillende pensioenregelingen in haar bedrijf te harmoniseren.

De kantonrechter is van mening dat er in 2004 voldoende aanleiding was voor een voorstel tot wijziging van de pensioenregeling. Die aanleiding was enerzijds de legitieme wens van W om de verschillende pensioenregelingen binnen het bedrijf te harmoniseren en anderzijds de gewijzigde wet- en regelgeving, waardoor de pensioenregeling van A niet ongewijzigd voortgezet kon worden.

A erkent dat aanpassing van de pensioenregeling in 2004 vanwege de gewijzigde wet- en regeling noodzakelijk was.

Was het voorstel redelijk?

Volgens A was de wijziging van het karakter van de pensioenregeling niet noodzakelijk en daarom niet redelijk. Hij vindt dat hij de streefregeling en C-polis had moeten kunnen houden. De rechter is het daarmee niet eens. De rechter oordeelt dat wijziging van de streefregeling naar een pensioenregeling met een eenduidig karakter redelijk is. Onder meer omdat vanaf de inwerkingtreding van de Pensioenwet op 1 januari 2007 er geen nieuwe streefregelingen meer kunnen worden gesloten en de uitvoering van een pensioenregeling door een C-polis is afgeschaft.

Bovendien zou voortzetting van de oude regeling vanwege de strengere eisen aan de uitvoering van een streefregeling (zoals de eis om een prudente rekenrente te hanteren) met ingang van 2004 betekenen dat de pensioenverzekeraar ieder jaar nieuwe berekeningen zou moeten maken van het te verzekeren kapitaal en dat de regeling door premie- en backserviceverplichtingen (bij een dalende rente) duurder en in ieder geval onzekerder zou worden. Voor de oude regeling was een rekenrente van 7% overeengekomen tijdens de looptijd van de polis. Die rente was hoger dan de prudente rente in 2004 en mocht in ieder geval niet meer worden gehanteerd. De wijziging van de regeling in een regeling met het karakter van een beschikbare premieregeling was dan ook redelijk, aldus de rechter.

Verder geeft de rechter aan dat de beschikbare premieregeling die vanaf 2004 voor A geldt ook niet iets heel anders is dan de oude streefregeling. Beide regelingen geven geen aanspraak op een bepaalde uitkering maar op een kapitaal, waarmee op de pensioendatum een pensioen moet worden aangekocht. Het voorstel is verder redelijk omdat de voorgestelde beschikbare premieregeling fiscaal maximaal is.

Moet A de wijziging in beschikbare premieregeling accepteren?

A hoeft volgens de rechter een op zich zelf redelijke wijziging niet te accepteren wanneer dat van hem in redelijkheid niet gevergd kan worden, in het licht van alle omstandigheden. Volgens A levert de wijziging per 1 januari 2004 van de streefregeling in een beschikbare premieregeling een aanzienlijk slechtere regeling op en bouwt hij vanaf 1 januari 2004 veel minder pensioen op dan aan hem is toegezegd. A presenteerde de rechtbank berekeningen waarin hij echter geen vergelijking maakte tussen de opbouw van pensioen vanaf 1 januari 2004 in het geval de oude streefregeling ongewijzigd gecontinueerd had kunnen worden en de opbouw in de nieuwe beschikbare premieregeling. Wel berekende hij de pensioenaanspraken op basis van eindloon en vervolgens welk kapitaal nodig zou zijn om deze aanspraken te verzekeren. Daarbij hanteerde hij rekenrentes van respectievelijk 2% en 4,46%. De oude pensioenregeling was echter geen eindloonregeling en voor de berekening van het ter beschikking te stellen kapitaal was met verzekeraar een hoge rekenrente van 7% overeengekomen tijdens de looptijd van de polis. Daarmee rekende A niet. Ook rekende A niet met de hoge franchise en met de gematigde eindloonsystematiek. Op basis van de door A overgelegde berekeningen kon de rechtbank niet oordelen dat acceptatie van de wijziging van hem in redelijkheid niet kan worden verlangd.

Commentaar

Deze uitspraak laat zien dat werknemers een – op zich - redelijke wijziging van de pensioenregeling niet altijd hoeven te accepteren. Maar dat van die werknemer ook wel redelijkheid wordt verlangd.

A constateerde dat zijn pensioen fors lager uitviel dan hij verwachtte te krijgen. Dat werd echter niet veroorzaakt door de wijziging, maar door het verschil in rekenrente en marktrente. Hij probeerde daarvoor wijzigingen die in het verleden, zonder zijn toestemming, waren ongedaan te maken. Maar kreeg daarmee het lid op de neus.

Bron: V. Hek - Aegon Adfis
top image
description image

Veslag Klap Pensioenseminar

1 maart 2018 Met 1400 miljard euro is de pensioenpot in Nederland beter gevuld dan ooit. Toch staat ons pensioenstelsel voor grote uitdagingen, want is die riante pot ook in staat aanspraken in de toekomst te garanderen? ... Lees meer