Aectueel is een initiatief van logo

Verslag Klap Pensioenseminar 21 september 2016

 

Uitdagingen voor ons pensioenstelsel: One size doesn’t fit all


Met 1400 miljard euro is de pensioenpot in Nederland beter gevuld dan ooit. Toch staat ons pensioenstelsel voor grote uitdagingen, want is die riante pot ook in staat aanspraken in de toekomst te garanderen? Hoe denken werkgevers- en werknemersorganisaties daarover en hoe zit het eigenlijk met de zorgplicht en aansprakelijkheid van werkgevers ten aanzien van pensioen? Deze zaken kwamen uitgebreid aan de orde tijdens het Pensioenseminar van Klap, daags na Prinsjesdag in het statige Kasteel de Hooge Vuursche in Baarn.
 

1.Toekomst pensioenstelsel: ontwikkelingen op de financiële markten en in de samenleving - Hedda Renooij


"Is het wénselijk of is het noodzákelijk dat er op korte termijn veranderingen worden doorgevoerd in ons pensioenstelsel?” Met deze vraag viel de eerste spreker van de middag, Hedda Renooij, beleidssecretaris Pensioen van VNO-NCW MKB-Nederland, direct maar met de deur in huis. Waar de deelnemers in de zaal wat aarzelden over hun antwoord, liet Renooij er geen twijfel over bestaan: veranderen is noodzakelijk! Vanwege een lage economische groei en een vergrijzende bevolking, maar zeker ook vanwege ontwikkelingen op de financiële markten. De almaar dalende rente die een negatieve invloed heeft op de mogelijkheid om ook in de toekomst aan pensioenenverplichtingen te kunnen voldoen, is zowel bij pensioenfondsen als bij verzekerde regelingen een bron van zorg. Rendementen op beleggingen zijn onzeker, met luchtbellen op de korte termijn en een grote afhankelijkheid van de groei van de wereldeconomie op de lange termijn. Voorspellen hoe de markten zich ontwikkelen, wordt nog lastiger dan het al was. Het gevolg is dan ook dat garanties op uitkeringen niet langer houdbaar zijn.


 

Daarnaast gaat Renooij in op ontwikkelingen in de samenleving die nopen tot een andere invulling van het pensioenstelsel. Niet alleen zal het aantal ouderen en daarmee de vergrijzing van onze maatschappij een grote vlucht nemen, ook trends als individualisering, globalisering en digitalisering drukken hun stempel. Mensen worden zelfbewuster, komen meer voor zichzelf op. Jonge mensen willen best solidair zijn, maar tot welke prijs? Informatie wordt toegankelijker, wat ook weer zijn uitwerking op de arbeidsmarkt zal hebben. Werk verandert, werknemers wisselen vaker van werkgever, gaan flexibeler werken, robots nemen werktaken over. Kortom de wereld en de mensen in die wereld veranderen.

“We zijn afhankelijk van ontwikkelingen op de financiële markten en we moeten anders omgaan met verwachtingen”

Wat hebben deze ontwikkelingen voor invloed op pensioen? Om te beginnen dat er minder vertrouwen in het pensioenstelsel is. Onderzoek geeft aan dat mensen inmiddels meer vertrouwen hebben in banken en verzekeraars dan in de pensioenfondsen die ‘hun beloftes niet nakomen’. Pensioen wordt niet meer gezien als een belangrijk onderdeel van het pakket aan arbeidsvoorwaarden, maar als iets dat ‘lastig’ is. Mensen hebben ook meer behoefte aan grip, willen weten wat er in die pensioenpot zit en hebben de behoefte om zelf keuzes te maken. “De mogelijkheid om zelf keuzes te kunnen maken, geeft al meer vertrouwen”, vertelt Renooij, “maar dat wil niet zeggen dat mensen dat ook daadwerkelijk keuzes maken.” Pensioen is niet leuk om mee bezig te zijn en de financiële geletterdheid van deelnemers is laag. Renooij wijst nog op de noodzaak van een betere (flexibelere) overdraagbaarheid van pensioen en op de huidige fiscale ongelijkheid van de diverse soorten regelingen. Haar boodschap is duidelijk: One size fits all, is niet meer van deze tijd als we het over pensioenregelingen hebben.


 

“De tijd van pleisters plakken is voorbij, er moeten nu structurele veranderingen komen”, vindt Renooij. “En we hebben we een goede uitgangspositie”, besluit ze optimistisch. “Anders dan in andere landen hebben we immers een goed gevulde pensioenpot. Daarbij moeten we het goede behouden en de noodzakelijke veranderingen doorvoeren om ervoor te zorgen dat toekomstige generaties daar ook van kunnen profiteren.”


2.Toekomst pensioenen, regie in eigen hand - Chris Driessen


De tweede spreker van de middag, beleidsadviseur bij de FNV Chris Driessen, deelt de zorgen en de urgentie van Renooij. Opvallend genoeg zijn er in de Miljoenennota geen schokkende veranderingen op pensioengebied te vinden, weet hij te melden. Wél zal pensioen een thema zijn bij de komende Tweede Kamerverkiezingen in maart volgend jaar, verwacht hij. Door de problemen met de lage rente dreigen er in 2017 opnieuw kortingen op de pensioenuitkeringen. Om dit probleem te verlichten, heeft staatssecretaris Klijnsma al toezeggingen gedaan om de hersteltermijn voor pensioenfondsen die moeten korten, te verlengen. “Vlak voor de verkiezingen zijn kortingen op de pensioenen immers niet wenselijk”, meent Driessen.

“Het kabinet stelt beslissingen over pensioen uit”

Ook Driessen geeft een beeld van de uitdagingen binnen het huidige stelsel. De enorme toename van flexibilisering van werk (flexcontracten en ZZP’ers) is een aardverschuiving op de arbeidsmarkt, die om nieuwe oplossingen vraagt. Wie onzekere arbeid heeft, heeft immers ook onzekere pensioenaanspraken. Overheidsbeleid is hier debet aan, vindt Driessen. Nederland heeft immers veel meer flexibele arbeid dan de landen om ons heen. Oplossingen voor alle uitdagingen laten voorlopig nog op zich wachten, want het kabinet heeft vlak voor deze zomer weliswaar een perspectiefnota over pensioen gepresenteerd, met daarin de contouren voor een nieuw stelsel, maar daarvan moet veel nog worden uitgewerkt.

Driessen gaat kort in op de perspectiefnota. De FNV onderschrijft de geschetste lijnen op een aantal punten, zoals de noodzaak voor een pensioen voor àlle werkenden, dus ook voor ZZP’ers en werkenden met een flexibel arbeidscontract. In tegenstelling tot wat het kabinet in de nota voorstaat, is de FNV geen onverdeeld voorstander van afschaffing van de doorsneepremie. Daarnaast geeft Driessen aan dat het kabinet weliswaar open staat voor een tweetal soorten pensioencontracten met collectieve risicodeling, maar dat twee andere varianten (een variant met een nominale uitkeringsovereenkomst en een variant met een individuele premieovereenkomst) ten onterechte worden afgeserveerd. “Nieuwe contracten leiden overigens niet tot meer geld, maar misschien wel tot meer stabiele sturingsmechanismen.”
 
 Driessen vindt het vooral jammer dat besluiten hierover pas bij een volgend kabinet komen te liggen. Hij benadrukt nog eens dat dat partijen als de SER, de Stichting van de Arbeid en de pensioenfondsen volop met de materie bezig zijn. Dit najaar komen de gegevens over de dekkingsgraden van de pensioenfondsen naar buiten en Driessen acht het meer dan waarschijnlijk dat er in 2017 weer gekort zal moeten worden.
 

3.Communicatie, toezegging, zorgplicht en aansprakelijkheid – Erik Lutjens


Pensioen is de verantwoordelijkheid van de werkgever, zo luidt de rode draad van de presentatie van de derde en laatste spreker Erik Lutjens. De advocaat en hoogleraar pensioenrecht aan de Vrije Universiteit van Amsterdam gaat in zijn verhaal in op de zorgplicht van de werkgever vanuit juridisch perspectief. De grondslag voor deze verantwoording is de pensioenovereenkomst die de werkgever sluit met de werknemer, als onderdeel van de arbeidsovereenkomst. Het maakt niet uit wat voor een soort pensioenovereenkomst het is, de werkgever moet deze nakomen. Bij een onjuiste of onvolledige uitvoering kan de werknemer de werkgever daar dan ook op aanspreken. Het maakt niet uit of de uitvoerder een pensioenfonds is of een pensioenverzekeraar, ook niet of het om een binnenlandse of buitenlandse uitvoerder gaat.


 
 
“Werkgevers kunnen zich niet verschuilen achter de pensioenuitvoerder”, stelt Lutjens klip en klaar. Hij geeft als voorbeeld een vordering door de Vereniging van Gepensioneerden Euronext. Nadat de betreffende werkgever de uitvoeringsovereenkomst met het pensioenfonds had opgezegd en via liquidatieoverdracht had ondergebracht een verzekeraar, kwamen gepensioneerden in opstand. In de pensioenovereenkomst bij het pensioenfonds was een voorwaardelijke indexatie op basis van overrendement van het fonds afgesproken. Bij de verzekeraar daarentegen was de indexatie gegarandeerd levenslang nul procent. De rechter stelt de vereniging in het gelijk: de werkgever was niet bevoegd om de overeenkomst te wijzigen en wordt aansprakelijk gesteld voor de geleden schade. “Je staat voor het nakomen van de pensioenovereenkomst”, benadrukt Lutjens nog maar eens. “De basis blijft de pensioenovereenkomst. Als werkgever heb je een zorgplicht. Die continuïteit blijft, ook als je van uitvoerder verandert.”

“Werkgever is verantwoordelijk voor pensioen werkgevers kunnen zich niet verschuilen achter de pensioenuitvoerder”

Hoe zit het met de informatieplicht van de werkgever naar de werknemer? Lutjens wijst erop dat de Pensioenwet merkwaardig genoeg niet verplicht om werknemers over de inhoud van de pensioenovereenkomst te informeren.

Wel verplicht de Pensioenwet de werkgever schriftelijk of elektronisch te informeren òf hij de werkgever een aanbod voor een pensioenovereenkomst doet. Op grond van het Burgerlijk Wetboek moet de werkgever de werknemer informeren of hij gaat deelnemen aan de pensioenregeling en wat de inhoud is. Niet informeren kan leiden tot teleurstelling in pensioenverwachtingen, wat schadevergoeding tot gevolg kan hebben. De informatie die een werkgever aan zijn werknemers geeft, moet bovendien juist zijn. Ook dit is niet in de Pensioenwet te vinden, maar is het gevolg van de zorgplicht die een werkgever heeft.

“Goed werkgeverschap brengt met zich mee dat de werkgever zich ervan vergewist dat de informatie aan de werknemers over pensioen juist is.”  Lutjens geeft als voorbeeld een zaak waarbij een werknemer akkoord gaat met beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst mede omdat hij op basis van informatie van de werkgever meende dat voortzetting van pensioenopbouw bij het pensioenfonds mogelijk bleek. Dit bleek echter onmogelijk te zijn. De Hoge Raad gaf hierbij aan dat goed werkgeverschap betekent dat een werkgever juiste informatie moet verstrekken.

Informatie moet bovendien volledig zijn. Niet alleen richting werknemers, ook naar de ondernemingsraad. Dit laatste traject is aanzienlijk verzwaard, aangezien de ondernemingsraad tegenwoordig instemmingsrecht heeft bij elk besluit over de pensioenovereenkomst en elementen uit de uitvoeringsovereenkomst. Dit betekent dat er volledige informatie over de risico’s gegeven moet worden. Als een werkgever bijvoorbeeld bij een instemmingstraject over waardeoverdracht van een uitkeringsovereenkomst naar een premieovereenkomst onvoldoende wijst op de risico’s die dat met zich meebrengt, kan de werkgever aansprakelijk worden gesteld. 
 
De zorgplicht om juist en volledig te informeren speelt bijvoorbeeld bij wijzigingen in een pensioenregeling, waardeoverdracht waarvoor instemming is vereist en de overgang naar een algemeen pensioenfonds waarbij de operationele risico’s onbekend zijn. Lutjens geeft aan dat werkgevers het risico kunnen verplaatsen door de informatieverstrekking uit te besteden aan een derde partij. Daarbij is het zaak om de opdracht scherp formuleren en aandacht te besteden aan de aansprakelijkheid. Lutjens besluit door aan te geven dat goed werkgeverschap en de bijbehorende zorgplicht alleen maar belangrijker worden naarmate pensioenregelingen individueler worden en meer keuzemogelijkheden bieden.
 
Eric Frans
 
top image
description image

Veslag Klap Pensioenseminar

1 maart 2018 Met 1400 miljard euro is de pensioenpot in Nederland beter gevuld dan ooit. Toch staat ons pensioenstelsel voor grote uitdagingen, want is die riante pot ook in staat aanspraken in de toekomst te garanderen? ... Lees meer