Aectueel is een initiatief van logo

5 jaar later tóch pensioenverdeling


13 februari 2018

25 jaar geleden scheidden een man en vrouw. De vrouw vordert nu haar deel van het pensioen van de man. Volgens de man hebben hij en zijn ex het pensioen al verdeeld en is er sprake van rechtsverwerking. De rechter beslist dat de vrouw recht heeft op een deel van het pensioen.

Is het pensioen nu wel of niet verdeeld?

Man en vrouw waren met elkaar getrouwd in gemeenschap van goederen. In 1993 werd de echtscheiding ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
Over het pensioen van de man schreef de advocaat van de vrouw dat dit in de gemeenschap van goederen valt en dus verdeeld moet worden. De advocaat vroeg de man of stukken mochten worden opgevraagd bij het ABP, de pensioenverzekeraar van de man. De man weigerde. Hij schreef dat de vrouw wat hem betreft alleen aanspraak zou krijgen op het nabestaandenpensioen. De rechtbank beval in een beschikking dat partijen de gemeenschap van goederen moesten verdelen na bemiddeling door een notaris die zij zelf zouden uitzoeken. Voor het geval dat niet zou lukken, is een notaris aangewezen en ook voor iedere partij een advocaat die deze partij zou vertegenwoordigen als niet werd meegewerkt. Dit heet een bevel verdeling. De man en vrouw maakten geen gebruik van de bevel verdeling.

Omdat de pensioenrechten onverdeeld zijn gebleven vraagt de vrouw de rechter de opgebouwde pensioenrechten bij het ABP te verrekenen conform het Boon/Van Loonarrest (Hoge Raad op 27 november 1981, NJ 1982/503). Verder vraagt zij de rechter de man te veroordelen om de machtiging te ondertekenen waarmee zij informatie bij het ABP kan opvragen die relevant is voor de verrekening en de man te veroordelen om aan de vrouw haar pensioendeel over te maken dat hij van het ABP ontvangt.

De man vindt dat de vrouw niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vorderingen of dat deze moeten worden afgewezen. Volgens hem is het pensioen al verdeeld en anders heeft er rechtsverwerking plaatsgevonden.

Rechtbank: geen wilsovereenstemming of rechtsverwerking

In geschil is of er wel of niet verdeeld is. De man zegt hierover dat voor de echtscheidingsprocedure uitgebreid is geschreven over het pensioen maar dat de vrouw er geen verzoek over heeft gedaan in de echtscheidingsprocedure. Volgens de man hebben hij en zijn ex-partner afgesproken dat zij het meeste van de inboedel mocht houden en ook de auto. De man heeft toen volgens hem ook gezegd dat als de vrouw verder nog iets wilde, zij gebruik moest maken van het bevel verdeling. Dat heeft zij ook niet gedaan. De man is daarom van mening dat de pensioenrechten niet vergeten zijn maar dat de vrouw heeft ingestemd met de verdeling; dus hij zijn pensioen en zij de inboedel en de auto.

De rechtbank is het hiermee niet eens. Er kan niet zomaar gezegd worden dat partijen het ergens over eens zijn geworden, dat er met andere woorden wilsovereenstemming is. Daarvoor is namelijk nodig dat iemand een aanbod heeft gedaan en de ander dit aanbod heeft aanvaard. De rechtbank vindt het onvoldoende duidelijk dat er echt een aanbod van de man is geweest aan de vrouw om te verdelen zoals dat volgens hem is gebeurd. In het bijzonder staat voor de rechtbank niet vast dat toen ook uitdrukkelijk over pensioen afspraken zijn gemaakt. Dat de vrouw heeft meegewerkt aan het feitelijk verdelen van de inboedel en de auto heeft aangenomen, betekent daarom nog niet dat zij het ermee eens was dat zij geen pensioen van de man zou krijgen. Omdat de pensioenrechten niet verdeeld zijn, kan dat nu alsnog gebeuren.

Op basis van dezelfde feiten stelt de man ook dat sprake is van rechtsverwerking, waardoor hij dacht, en er ook op mocht vertrouwen, dat de vrouw geen aanspraak meer zou maken op het pensioen. Ook vindt hij het onredelijk dat hij nog pensioen aan de vrouw moet betalen.

De rechtbank is het ook hiermee niet eens. Voor het aannemen van rechtsverwerking is stilzitten door iemand die een vordering op een ander heeft of wil instellen niet voldoende. Er moeten bijkomende omstandigheden zijn op grond waarvan bij degene tegen wie de vordering uiteindelijk wordt ingesteld het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de schuldeiser de aanspraak niet meer geldend zal maken. Volgens de rechtbank zijn die bijkomende omstandigheden er wel. De pensioenrechten zijn ter sprake gekomen voor de echtscheiding en in de procedure is er vervolgens niets meer over gezegd. Ook na die procedure heeft de vrouw er geen aanspraak op gemaakt, terwijl de inboedel en de auto zijn verdeeld en er een bevel verdeling was gegeven. Toch vindt de rechtbank dit allemaal samen niet genoeg om rechtsverwerking aan te nemen. Voor de echtscheidingsprocedure is er niet inhoudelijk gesproken over de pensioenrechten. De advocaat van de vrouw heeft gevraagd om gegevens en de man heeft deze niet willen geven. In de procedure is er niets meer over gezegd. Na de procedure wist de man blijkbaar wel dat dit punt nog openstond omdat hij zelf zegt dat hij het toen heeft geregeld of in ieder geval heeft willen regelen met de vrouw. Daarna is er hoogstens nog gezegd door de man dat als de vrouw nog iets wilde, zij het bevel verdeling moest gebruiken. De vrouw weet niet meer of de man dit heeft gezegd. Maar als dat zo zou zijn, dan is dat onvoldoende om de man het vertrouwen te geven dat de vrouw op de pensioenrechten niet meer zou terugkomen.

De rechtbank begrijpt wel dat het voor de man misschien een onaangename verrassing is geweest. Maar de vrouw heeft er naar de mening van de rechtbank niet te lang mee gewacht. Al voordat de man met pensioen ging, is de vrouw bij de man langs geweest met een papier van het ABP dat ging over de pensioenaanspraak van de vrouw. De man wist dus al voor zijn pensionering dat de vrouw een deel van het pensioen wilde hebben. Dat de vrouw dat toen deed en niet eerder is begrijpelijk omdat het pensioenrecht toen pas concreet werd.

Van de rechtbank mag de vrouw dus nog aanspraak maken op een deel van de pensioenrechten van de man. 

Commentaar AegonAdfis

Deze uitspraak laat het belang weer zien van duidelijke afspraken bij echtscheiding over onder meer het ouderdoms- en nabestaandenpensioen. En dat deze afspraken ook worden vastgelegd. Het is immers niet zo vreemd dat je na 25 jaar niet meer precies weet wat er is afgesproken.  

Man en vrouw vroegen de rechtbank om deze zaak aan te houden zodat zij kunnen proberen samen de hoogte van het deel van de vrouw vast te stellen of dat door een deskundige kunnen laten doen. Dat is dan een deskundige die zij samen of ieder voor zich uitzoeken. De rechtbank gaat mee met deze wens van partijen.

Zie ook:  https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:454

Bron: AegonAdfis
top image
description image

Veslag Klap Pensioenseminar

1 maart 2018 Met 1400 miljard euro is de pensioenpot in Nederland beter gevuld dan ooit. Toch staat ons pensioenstelsel voor grote uitdagingen, want is die riante pot ook in staat aanspraken in de toekomst te garanderen? ... Lees meer