Aectueel is een initiatief van logo

Niet aangemelde partner krijgt partnerpensioen



Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

]8 november 2017

Een deelnemer in een pensioenregeling woonde samen op basis van een notarieel samenlevingscontract. Hij overlijdt en zijn partner claimt het partnerpensioen. De verzekeraar wijst dit af, omdat de partner niet was aangemeld. Rechtbank Gelderland oordeelt dat de partner wel recht heeft op partnerpensioen. Werkgever is niet aansprakelijk voor het niet aanmelden.

Definitie van partner in het pensioenreglement

X sloot met zijn partner in 2011 een notariële samenlevingsovereenkomst. In het pensioenreglement van de pensioenregeling van zijn werkgever luidde de definitie van partner;
“de man of vrouw met wie de (gewezen) deelnemer;

duurzaam een gemeenschappelijke huishouding voert, en
met wie geen bloed- of aanverwantschap in de eerste graad bestaat, en
de (gewezen) deelnemer en de man of vrouw zijn beiden noch gehuwd noch zijn een geregistreerd partnerschap aangegaan, en
de (gewezen) deelnemer heeft aangetoond dat er gedurende vijf jaar een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd of er is sprake van een tussen beiden gesloten notarieel samenlevingscontract dat ten minste een half jaar geleden is gesloten.”
 

X overlijdt in 2013 en zijn partner maakt aanspraak op partnerpensioen. De pensioenverzekeraar wijst dit af omdat de partner niet was aangemeld. De verzekeraar baseert zijn standpunt op het pensioenreglement dat bepaalt dat een deelnemer verplicht is alle inlichtingen te verstrekken die de pensioenuitvoerder nodig acht voor een goede uitvoering van het reglement. Volgens de verzekeraar volgt uit het partnerbegrip zoals omschreven in het pensioenreglement dat alleen de deelnemer bij leven kan aantonen dat er sprake is van een partner in de zin van het pensioenreglement. Dat brengt volgens de pensioenverzekeraar met zich dat sprake is van een aanmeldplicht.

Is er een aanmeldplicht?

De Rechtbank oordeelt dat het pensioenreglement geen expliciete aanmeldplicht bevat, in die zin dat niet expliciet is opgenomen dat een partner moet worden aangemeld. De verplichting om informatie te verstrekken is zodanig ruim omschreven dat daarin niet kan worden gelezen dat X zijn partner had moeten aanmelden. Ook de definitie van het partnerbegrip leidt hier niet toe. De deelnemer moet alleen wanneer sprake is van een ten minste vijf jaar durende gezamenlijke huishouding dit aantonen. Door het woordje ‘of’ in de laatste zin van de definitie is het feit dat sprake is van een notarieel samenlevingscontract volgens de tekst van het pensioenreglement voldoende om in aanmerking te komen voor een partnerpensioen. Daardoor hoeft de deelnemer niet aan te tonen dat sprake is van een notarieel samenlevingscontract, maar kan een ieder die er belang bij heeft stellen dat sprake is van een notarieel samenlevingscontract, ook achteraf. In ieder geval kan daaruit volgens de Rechtbank niet worden afgeleid dat X zijn partner had moeten aanmelden.

De pensioenverzekeraar beriep zich vervolgens op de verzekeringsvoorwaarden. Die een verplichting bevatten om alle wijzigingen en inlichtingen die van belang zijn voor de grondslag van de verzekering te melden. Die verplichting rust echter op de verzekeringnemer, in dit geval de werkgever, en kan volgens de Rechtbank dus niet aan X worden tegengeworpen.

Heeft de partner recht op partnerpensioen?

De Rechtbank constateert dat de pensioenverzekeraar niet heeft weersproken dat de partner van X voldoet aan de overige voorwaarden om in aanmerking te komen voor partnerpensioen. Omdat er volgens de Rechtbank geen aanmeldplicht is, volgt uit het pensioenreglement dat de partner van X recht heeft op partnerpensioen.

Wat is de positie van de werkgever?

De pensioenverzekeraar riep de werkgever in vrijwaring op. De uitvoeringsovereenkomst bepaalt namelijk dat de werkgever de pensioenverzekeraar moet vrijwaren voor pensioenaanspraken indien hij niet voldoet aan de verplichtingen die voor hem uit de uitvoeringsovereenkomst voortvloeien. Volgens de pensioenverzekeraar is de werkgever te kort geschoten in de nakoming van de uitvoeringsovereenkomst, met name op het gebied van de aanmeldings- en informatieverplichtingen.
De werkgever vond dat dat niet het geval was omdat sprake is van een onbepaald partnersysteem. Bij een dergelijk systeem wordt volgens de werkgever de premie voor het partnerpensioen bepaald op basis van de door de verzekeraar bepaalde actuariële grondslagen en uitgangspunten, los van de persoon van de partner. Voor zowel het hebben van aanspraak op partnerpensioen als voor de premievaststelling, is het dan niet nodig dat de pensioenuitvoerder bekend is met de persoon van de partner. De Rechtbank gaat hier niet in mee. Een onbepaald partnersysteem brengt niet met zich dat geen melding hoeft te worden gemaakt van het feit dat er sprake is van een partner. Het feit dat voor de wijze van financiering van het partnerpensioen wordt geabstraheerd van de persoon van de partner betekent niet dat het voor de pensioenverzekeraar niet van belang is te weten dát er een partner is. Voor de partner moet een pensioenverzekering worden gesloten en daarvoor moet door de werkgever premie worden betaald. Volgens de Rechtbank had de werkgever dus op grond van de uitvoeringsovereenkomst de verplichting om de partner aan te melden bij de pensioenverzekeraar.

De werkgever bracht hier tegenin dat zij niet op de hoogte was van het feit dat X een partner had. De pensioenverzekeraar stelde hier tegenover dat het een zelfstandige verplichting van de werkgever is om inlichtingen te verstrekken.

Volgens de Rechtbank kon de werkgever geen melding maken van feiten waarvan zij geen weet had. Het is de verantwoordelijkheid van een deelnemer/werknemer relevante wijzigingen in zijn persoonlijke situaties aan de werkgever te melden. Er is geen grond aan te nemen dat een werkgever gehouden zou zijn op actieve wijze informatie in te winnen bij zijn werknemers. Het enkele feit dat op een werkgever de verplichting rust gegevens aan een pensioenverzekeraar door te geven, levert een dergelijke grond niet op. De Rechtbank wijst de vordering van de pensioenverzekeraar dan ook af.

Commentaar

Het blijkt weer eens dat juridische stukken zorgvuldig geformuleerd moeten zijn. Uit de definitie van partner in het pensioenreglement volgt dat het hebben van een notarieel samenlevingscontract op zich al voldoende is om in aanmerking te komen voor het partnerpensioen. Door het ontbreken van een specifieke aanmeldverplichting in het pensioenreglement, kon de pensioenverzekeraar dat niet tegenwerpen aan de partner van X .  Daar valt op zich wat voor te zeggen.
De Rechtbank komt naar onze mening echter wel heel snel tot de conclusie dat een werkgever niet verantwoordelijk is voor het niet verstrekken van inlichtingen door zijn werknemers. De vraag of iemand een partner heeft, is voor de pensioenverzekeraar van groot belang om zijn risico’s in te schatten en daarvoor een adequate premie te vragen. Dat is de kern van het verzekeringsbedrijf. Door het oordeel van de rechtbank Gelderland blijft de pensioenverzekeraar nu met de schade achter. Om dit voor de toekomst te vermijden zal hij zijn juridische stukken zodanig aan moeten passen dat er wél sprake is van een expliciete aanmeldplicht voor een deelnemer om zijn partner aan de partnerdefinitie te laten voldoen en wellicht de plicht voor de werkgever om wel actief informatie in te winnen bij zijn werknemers.


Bron: Rechtbank Gelderland 6 september 2017
top image
description image

Veslag Klap Pensioenseminar

1 maart 2018 Met 1400 miljard euro is de pensioenpot in Nederland beter gevuld dan ooit. Toch staat ons pensioenstelsel voor grote uitdagingen, want is die riante pot ook in staat aanspraken in de toekomst te garanderen? ... Lees meer